• 06 51 08 58 15

28 sep

  • Door Arjen Jansen
  • In Blog
  • Reacties Geen

‘Ach, wat een vriendelijk baasje!’ roep ik, terwijl ik me bewonderend over de hippe kinderwagen buig. ‘Dat formuleer je goed’, zegt de al even stralende moeder op een opvallend bedachtzame toon. Ik kijk vragend omhoog en wacht. ‘Die combinatie van eigenschappen is nou precies wat maakt dat ik de hele dag in touw ben voor deze kleine dictator. Op mijn werk heb ik een stevige baas, maar die krijgt echt niet voor elkaar wat mijn zoon hier voor elkaar bokst. Befehl ist befehl, maar voor die ogen en die glimlach heb ik echt alles over!’

Vriendelijkheid is een kracht die vaak onderschat wordt, zeker binnen de context van werk. Leidinggevenden doen soms of het over een overbodig luxeartikel gaat, waar ze geen tijd voor hebben, terwijl het eigenlijk gewoon een basisingrediënt is. In zijn boek ‘Survival of the kindest’ (2004) gaat filosoof en psychotherapeut Pierro Ferrucci in op de economische waarde van vriendelijkheid.
‘Kindness is a way of making less effort’, zo beweert hij. ‘It is the most economic attitude there is, because it saves us much energy that we might otherwise waste in suspicion, worry, resentment, manipulation, or unnecessary defense.’

Beetje overdreven?

Echt niet. En baby’s tonen zijn gelijk aan. Door luid te kwaken op het moment dat ze iets nodig hebben en zich daarna heerlijk terug te laten vallen in hun eigen oorspronkelijke = tevreden staat van zijn, krijgen ze alles voor mekaar wat ze nodig hebben, en meer. Een efficiëntere manier van je doelen behalen is er haast niet. Zouden baby’s alleen maar schreeuwen, dan moesten we er met zijn allen niks van hebben. Maar buiten hun overlevingsmomentjes om, zijn ze om op te vreten, altijd in voor een lolletje. Die aangeboren openheid en vriendelijkheid, maakt het allemaal de moeite waard. Dit is zelfs zo waardevol voor ons ouders, dat we ons in alle bochten wringen om onze kleine slavendrijvers tevreden te stellen.

Maar als vriendelijkheid dan ons aller ware natuur is (we hoeven het niet eens aan te maken, we zijn het gewoon), en als het ons zoveel kan brengen, waarom zijn we dan toch vaak zo onvriendelijk?
Ferrucci is er helder over. Volgens hem kun je alleen maar echt vriendelijk zijn, als je niet meer beheerst wordt door je verleden. Okay, loslaten dan maar, alhoewel, hoe doe ik dat? Door ‘Forgiveness. Someone who cannot forgive is like a city where traffic has come to a standstill.’ Oh, jee, dat is minder. Maarruh: vergeven lijkt me ook niet makkelijk, hoe doe ik dat dan? ‘First you have to fully recognize and thoroughly feel your suffering, then let go of it. It is no good to hastily forgive for the sake of forgiving.’ Slik. Erkennen en doorvoelen. Tja, hmm. Werk aan de winkel dus.

Echt vriendelijk zijn is dus niet zo gemakkelijk als het klinkt. Die paar mensen in je omgeving die dit in hun karakter verankerd hebben, zijn dus behoorlijk bijzondere mensen, die flink aan zichzelf gewerkt hebben, want niemand komt ongeschonden het leven door. Ze zijn dus niet zwak of te betreuren, zoals menig no nonsense manager abusievelijk aanneemt, maar voegen juist onbetaalbare waarde toe aan de sfeer op het werk, en op die manier aan het werkproces. Waarde, die zich niet perse meteen laat verkapitaliseren, maar die wel een belangrijke bijdrage levert aan het voortbestaan, de gezondheid en de groei van de organisatie. Iets wat we toch best willen, of niet dan?

Volgens mij zijn we op een punt zijn aanbeland in de geschiedenis dat alleen liefdevolle vriendelijkheid ons nog kan redden. In een tijd als deze, die bol staat van de agressie, depressiviteit en paniekaanvallen; van de werkdruk en werkstress en het psychische verzuim, hebben we vriendelijkheid bitter hard nodig om de ellende op te kunnen vangen.